Site tot bemoediging, lering en bevestiging in de waarheid, die in Christus Jezus is.
 
Inhoud:

De waarheid ligt voor het oprapen.

In de Bijbel, dat oude boek.

Lees dat boek!
Het enige boek, waardoor God zich tot de mensen richt.
Absoluut uniek.
Het is als een bundel zonlicht in een donkere kamer. Het verlicht ons hart en leven en laat ons zien wie we zijn en waar we vandaan komen.

Het toont ons de zin van het leven en het einde van de reis. Het wijst ons de weg naar God en de hemel.
Het zegt ons, hoe wij vergeving van zonden en vrede in ons hart en geweten kunnen krijgen.
Het leert ons God en zijn Zoon, Jezus Christus kennen en zijn onbegrensde liefde. Is dat niet de moeite waard in een harde, egoïstische en geslepen wereld, waarin je telkens bedrogen uitkomt?
Het doet ons de weg tot bevrijding van de zonde en de angst voor de dood vinden. Want de dood, waar geen antibioticum voor bestaat, is overwonnen.

De Bijbel lezen?
Dat is toch een boek dat zijn tijd heeft gehad!
We leven immers in het nachristelijke tijdperk.
De christenen en hun kerken leveren slechts een ach-terhoedegevecht in een verloren strijd.
Ze zijn daarin ook nog weinig ijverig.
En hun boek, de Bijbel, heeft afgedaan, is achterhaald, uit de tijd en wetenschappelijk onhoudbaar.

Wie er zo over denken, zullen de Bijbel niet gaan lezen, en het boek daardoor niet kennen, tot hun schade.
Want de Bijbel heeft absoluut niet afgedaan en is niet achterhaald, integendeel.

Veel wetenschappelijke publicaties hebben na enige tientallen jaren hun betekenis verloren.
De Bijbel niet.
Zij heeft al duizenden jaren alle menselijke geschriften overleefd en zal nooit verdwijnen of vervallen.

Wat een boek, de Bijbel!
Oud, zeer oud.
De eerste delen zijn omstreeks 1500 voor Christus ge-schreven. En zij bevatten nog veel oudere geschiede-nissen, de oudste van het menselijk geslacht.

Alleen vanwege zijn oudheid en de oudheid van de daarin vermelde gebeurtenissen is het al uiterst onver-standig dat boek te negeren.

Maar er is een veel gewichtiger reden om de Bijbel aan-dacht te geven.
Stel je voor, dat het waar is, dat de Bijbel het boek van God is.
Dat de onzichtbare God door dat boek tot ons spreekt.

Dat is waar.

Dat geloven velen niet. Ze geloven zelfs niet in het bestaan van God.
Ze geloven desnoods wel in een afgod, een horoscoop en in de theorie van een Big Bang.
Hoe bestaat het!

Een explosie in een opslagplaats van een metaalgroot-handel deed een geavanceerde robot ontstaan! Gelooft u dat?

Het samentrekken van gasmoleculen deed compacte massa's van grote hitte ontstaan en…… En wat? Die grote hitte van compact gas bewerkte expansiekrach-ten, die de samentrekkende krachten ver overtroffen, zodat het gevolg uitzetting in plaats van samentrekking was. Hoe was het dus, contractie of expansie, een uitdijend heelal of toch niet ? ……….. De ene theorie na de andere wordt geopperd en we weten heel veel, maar wat weten we? Over het ontstaan van alle dingen weten we niets.
De Bijbel is inderdaad het boek van God.
Zij die dat weten, worden aangevallen met grof geschut. Wetenschappelijke argumenten.
Men meent dat de wetenschap, met feiten komt, waar een weldenkend mens niet omheen kan.

Welke feiten? Die van 1910, die van 1970, of die van vandaag?

Want de feiten blijken gedurig te wijzigen. Merkwaardig.

Niet zo merkwaardig als het lijkt.
Want dikwijls is het woord "feit" volkomen misplaatst, omdat het om veronderstellingen gaat.

In een gesprek over dergelijke dingen en over de waar-heid van de Bijbel kwam de gedachte naar voren, dat de waarheid altijd de leugen ontmaskert en dat het daarom verstandiger is, de waarheid voor te stellen dan de leugen te bestrijden.

Ik herinnerde mij, dat een vriend, die verhuisd was en een mooi gazon wilde hebben, bezoek van een tuinder kreeg, toen hij druk bezig was onkruid te verwijderen. Je bent verkeerd bezig, zei de tuinder. Je moet het onkruid niet bevechten, maar het gras voeden.

Nu had ik juist een uitvoerig commentaar op het eerste boek van de Bijbel geschreven en ik was opnieuw diep onder de indruk gekomen van de bewijzen van de goddelijke oorsprong van dat boek.

Het is dan ook geen vraag, of het mogelijk is de Bijbel zelf te laten aantonen, dat zij de waarheid is.
De waarheid ligt daarin voor het oprapen.
Als je maar bereid bent de Bijbel te laten spreken en serieus na te gaan, of dat boek waarheid is of niet.

Het is niet in de mode om aan de Bijbel enige aandacht te geven. Het bevredigt bovendien geen lustgevoelens, noch de behoefte aan vermaak en sensatie en het streelt de ijdelheid niet.

Als dat voor U een reden is om deze brochure weg te leggen, kunnen we u niet tegenhouden. Weet echter wel, dat uw liefhebberijen en uw genotzucht slechts tot het einde van uw leven reiken.
De Bijbel daarentegen wijst de weg naar blijvende ze-gen, eeuwig geluk, een vrij geweten en vrede met God.

Het kan niet ontkend worden, dat de Bijbel dingen voor-zegd heeft, die pas duizenden jaren later zouden komen en gekomen zijn.
Iedereen beseft, dat mensen toekomstige gebeurtenis-sen niet honderden of duizenden jaren tevoren kunnen voorspellen.
Veronderstellingen van wetenschappers worden vaak voorbarig voor feiten aangezien.
De profetieën in de Bijbel zijn geen veronderstellingen. Doorat ze in de geschiedenis voor een groot deel ver-vuld zijn, hebben we niet met veronderstellingen, maar inderdaad met feiten te doen.

Die feiten, tonen de betrouwbaarheid en goddelijke oor-sprong van de Bijbel onweerlegbaar aan.
God vraagt niet om te geloven, wat niet als waarheid bevestigd wordt. Hij heeft ervoor gezorgd, dat de waar-heid van zijn Woord onomstotelijk blijkt voor ieder, die de waarheid zoekt.

Met name in het eerste boek, Genesis, ligt de waarheid voor het oprapen.
Dat heeft God zo bedoeld. Want wie zal de rest lezen, als het eerste deel niet de waarheid blijkt te zijn?

We zullen het eerste deel, het boek Genesis, inderdaad daterend van 1500 voor Christus, eens bezien. Als u er geen belangstelling voor hebt, is dat uw eigen keus, niet verstandig overigens.

Het eerste boek

Waar begint de Bijbel mee?
Met het begin: In het begin schiep God de hemel en de aarde. Genesis 1:1.
En waar eindigt de Bijbel mee?
Met de regering van de geliefde Zoon van God, die door zijn broeders, de Joden, verworpen is, maar die door God tot Heer en tot Christus gemaakt is, Jezus (Handelingen 2:36).

Nu het eerste boek, Genesis.
Dat begint dus met: In het begin schiep God de hemel en de aarde.
Waarmee eindigt het?
Met de regering van de geliefde zoon, door zijn broers verworpen, maar door Farao verhoogd als heerser, Jozef.

Merkwaardig: De Bijbel eindigt net als Genesis, met de heerschappij van de geliefde Zoon, door zijn broeders (de Joden) verworpen, maar door God ver-hoogd als Heer over de gehele schepping.
Het lijkt wel of Genesis eindigt met een geschiedenis, die een blauwdruk is van de geschiedenis, waarmee de Bijbel eindigt, Jezus Christus, inclusief zijn toekomstige heerschappij.

Wie bereid is aan de overeenkomst tussen de geschie-denis van Jozef en die van Jezus Christus aandacht te geven, zal ontdekken, dat die overeenkomst zodanig is, dat de geschiedenis van Jozef inderdaad het karakter van een profetie over Jezus Christus heeft.


Jozef was de meest geliefde zoon van Jakob. Jezus is de geliefde Zoon Van God.

Jozef haatte de zonde en onder- scheidde zich van zijn broers Jezus was zonder zonde, geheel anders dan zijn volksgenoten.

Gezien zijn dromen was Jozef tot het koningschap bestemd Jezus is door God bestemd als Koning over alles en allen.

De broers van Jozef haatten hem De Joden haatten Jezus.

Jozef werd door zijn vader naar zijn broers gezonden. Jezus werd door de Vader naar zijn broers, Israël, gezonden.

De broers van Jozef waren ver weggezworven. Israël bleek ver afge- dwaald te zijn.

De broers van Jozef besloten hem te vermoorden. De Joodse leidslieden be- sloten Jezus te doden.

Jozef werd in een kuil gegooid en als slaaf verkocht op voorstel van Juda. Jezus werd gevangen ge- nomen en door Judas ver- kocht voor zilverstukken.

Jozef kwam in handen van vreem- den, die met hem deden, wat zij wilden. Jezus werd overgeleverd aan de Romeinen, die Hem een doornenkroon kroon gaven en Hem ge- selden.

Jozef werd onschuldig in de gevangenis opgesloten. Jezus werd onschuldig ge- kruisigd en ging onschul-dig in de dood.

Jozef werd door de grote heerser, Farao, uit de gevangenis gehaald en verhoogd als heer over heel Egypte. Jezus is door God opge- wekt en zette zich in de hemel aan Gods rechter- hand.

Jozef bleek in de hongersnood de redder te zijn en heel Egypte had het leven te danken. Jezus is de Verlosser, die aan ieder die gelooft het aan hem eeuwige leven geeft.

De broers van Jozef kwamen in de druk door de honger en erkenden daardoor pas, dat zij tegenover Jozef schuldig waren. Daarop volgde de hereniging van Jozef met zijn familie. De broers van Jezus, de Joden,zullen in steeds gro- tere druk komen, tot zij door de grote verdrukking schuld zullen belijden en Hij met Israël verenigd wordt.


Voordat Jozef met zijn familie verenigd werd, was hij reeds verbonden met zijn vrouw, Asnath. Voordat Jezus met Israël - verenigd zal worden, is Hij nu reeds met zijn bruid de gemeente verbonden.

Er zijn veel profetieën in de Bijbel over Jezus Christus, zijn lijden en dood, zijn toekomstige verschijning en zijn eeuwige heerschappij.
Deze profetie echter bestaat niet in woorden.
Zij wordt ons gegeven in de levensloop van een man, die bijna tweeduizend jaar voor Christus leefde.

Profetie in woorden kan nog door iemand gefantaseerd worden.
Maar iemands levensloop kan door niemand zo ge-stuurd worden, dat een patroon ontstaat, waarin een profetie verborgen ligt.
Een profetie over dingen die duizenden jaren later ko-men zouden.
Voor het grootste deel reeds gekomen zijn.
Dat kan alleen God bewerkt hebben.

Het eerste hoofdstuk

Maar als we ons beperken en niet het eerste bijbelboek bezien, maar uit dat eerste boek alleen maar het eerste hoofdstuk nemen, zien we precies hetzelfde.

Het eerste hoofdstuk eindigt met hetzelfde thema als het hele boek Genesis, de heerschappij van de door God bedoelde heerser.
Net als de hele Bijbel.
Het is het telkens weerkerende thema, van de oudste tijden af.

Het begin van het eerste hoofdstuk kennen we: in het begin schiep God de hemel en de aarde.
En het einde van hoofdstuk 1?
Dat vinden we in vers 27-30.
Daar wordt gezegd wat Gods laatste schepping was: En God schiep de mens naar zijn beeld, naar het beeld Gods schiep Hij hem, man en vrouw schiep Hij ze. En God zegende ze en God zei tot hen: Weest vruchtbaar en vermenigvuldigt en vervult de aarde en onderwerpt ze en hebt heerschappij over....

  1. Het eerste hoofdstuk eindigt met Adam, die als heerser over de schepping werd gesteld, samen met zijn vrouw.
  2. Genesis eindigt met Jozef die over heel Egypte heerste, samen met zijn vrouw Asnath.
  3. De Bijbel eindigt met de Mens Christus Jezus, die over de gehele schepping heersen zal, samen met zijn vrouw, de gemeente.

We moeten ons realiseren, dat de afstand in tijd tussen de drie vermeldingen enorm is:

Genesis 1 spreekt over het begin van het menselijk ge-slacht.
Het einde van Genesis handelt over een geschiedenis die minstens 2400 jaren later plaats vond. Het einde van de bijbel spreekt over een toekomst van nog eens minimaal 3500 jaren later.
Desondanks is er die overeenstemming, die eenheid van het thema, die niet te ontkennen is.

Het lijkt er op, dat het eerste Bijbelboek profetie is.
Dat zelfs het eerste hoofdstuk al profetie is.
0 ja, dat is zeker het geval.

Gods grote plan voor de toekomst is: alle dingen en al wat leeft onder Jezus Christus te plaatsen.
Psalm 2 zegt dat met de volgende woorden: "Ik heb immers mijn koning gesteld over Sion, mijn heilige berg. Ik wil gewagen van het besluit des Heren: Hij sprak tot mij: Mijn zoon zijt gij; Ik heb u heden verwekt. Vraag Mij en Ik zal volken geven tot uw erfdeel, de einden der aarde tot uw bezit".

In Jesaja 9:5 staan de volgende bekende woorden: "Want een Kind is ons geboren, een Zoon is ons gegeven, en de heerschappij rust op zijn schouder en men noemt hem Wonderbare Raadsman, Sterke God, Eeuwige Vader, Vredevorst. Groot zal de heerschappij zijn en eindeloos de vrede op de troon van David en over zijn koninkrijk, doordat hij het sticht en grondvest met recht en gerechtigheid, van nu aan tot in eeuwigheid".
Dan wordt vervuld, dat tenslotte elke knie voor Hem zal buigen, voor Hem, die veracht en gekruisigd is, maar die de door God gezalfde Heerser is.

Er zijn veel meer profetieën in de Bijbel over de toe-komstige heerschappij van Christus. Maar wij zouden ons beperken tot het eerste hoofdstuk van Genesis. Die andere profetieën laten we daarom maar liggen.

De eerste verzen

Maar als we niet het eerste boek, Genesis, en zelfs niet het eerste hoofdstuk, maar slechts de eerste verzen bezien, blijkt, dat het profetische karakter zelfs in die eerste verzen niet ontbreekt. Zeker, ze geven de historische waarheid, maar die aller-vroegste historie, toen er nog geen mensen waren, had al een profetische boodschap.
We gaan daarvoor de eerste vier verzen van het eerste hoofdstuk van Genesis bezien:

Vers 1: In het begin schiep God de hemel en de aarde.

Vers 2: De aarde nu was woest en ledig en duisternis lag op de vloed en de Geest Gods zweefde over de wateren.

Vers 3: En God zei: daar zij licht, en daar werd licht.

Vers 4: En God zag dat het licht goed was; en God maakte scheiding tussen het licht en de duisternis.

Daar ziet u misschien geen profetie in. Nu, het is toch profetie en wel profetie die u persoonlijk raakt.

1) Zoals God hemel en aarde goed geschapen heeft, heeft Hij ook de mens goed geschapen.

2) Maar zoals de aarde woest en ledig was, een duistere watermassa, is ook het hart van de mens woest en ledig geworden, een zee van ongerechtigheid en duisternis.

De mens is oorspronkelijk zonder zonde, goed gescha-pen. Maar hoe is het nu met ons, met u gesteld?
Als we eens zouden opbiechten, wat er in ons hart leeft en werkt en de balans van ons leven zouden opmaken, moeten we dan niet zeggen: woest en ledig, een afgrond van duisternis? Hebt u nog niet ontdekt, dat in uw hart alle kwaad woont, dat u bij anderen afkeurt? Misschien is niet al dat kwaad naar buiten gekomen; wees daar dankbaar voor; maar het is wel aanwezig.

3) Maar zoals de Geest Gods boven de wateren zweef-de en God de woeste en lege aarde niet had afgeschre-ven, heeft de Geest van God ook u niet afgeschreven. Hij werkt in de chaos en de duisternis van een mensen-ziel, totdat het licht doorbreekt.

4 Zoals God sprak "daar zij licht", en er was licht, wordt het licht bij u op het moment, waarop het Woord van God u Jezus Christus als uw Redder voorstelt en u Hem in uw hart en leven toelaat. Dan verjaagt Hij de duisternis in uw ziel, en komt er een scheiding in de verwarde chaos van uw hart en leven, scheiding tussen licht en duisternis, tussen goed en kwaad.

Zeker, dat eerste spreken van God: daar zij licht, is een profetie van de komst van het grote Licht der wereld, Jezus Christus.
Door Hem openbaart God aan de mensen de diepten van zijn hart, spreekt Hij zich uit. Hij is het Woord van God dat Mens is geworden.
Hij kwam als Licht in de wereld.

Hij wil ook als het Licht in de duisternis van uw hart en leven komen. (In het begin was het Woord.... en het Woord was God.... in Hem was het leven en het leven was het licht der mensen. En het licht schijnt in de duis-ternis... Dit was het waarachtige licht, dat komende in de wereld ieder mens verlicht. Johannes 1:1, 4, 5, en 9).

Veel mensen schuwen het licht.
Door het licht worden de chaos van hun bestaan en de zonden uit hun leven openbaar; zij geven daarom aan de duisternis de voorkeur.
Dan blijft alles zoals het is.
Wil er verandering komen en onze zonden weggedaan worden, dan moet het alles eerst in het licht gezien en erkend worden. Bent u daartoe bereid?
Dat zou geweldig zijn. Dan zouden die historische, maar tegelijk profetische woorden "er zij licht" in uw leven vervuld worden.

U ziet, men kan niet gemakkelijk om het boek van God heen, al gaat het slechts om de eerste vijf verzen van het begin. Die verzen alleen al zijn als een lichtbundel, die de mens in zijn ware gedaante ontmaskert.
Dat komt, doordat zij een deel van Gods Woord zijn. God is de waarachtige God, daarom is zijn Woord de waarheid. En de waarheid ontmaskert altijd de leugen; de leugen van evolutie, jawel, maar ook de leugen van ons leven. Daar kan niemand omheen.

De eerste vrouw

Over het einde van het eerste hoofdstuk hebben we reeds geschreven.
Maar in hoofdstuk 2 wordt de schepping van de vrouw in detail vermeld, heel interessant: "De Heere God deed een diepe slaap op Adam vallen en hij sliep. En Hij nam een van zijn ribben en sloot die plaats toe met vlees. En de Heere God bouwde de rib, die Hij van Adam geno-men had, tot een vrouw en Hij bracht ze tot Adam. Toen zei Adam: Deze is ditmaal been van mijn gebeente en vlees van mijn vlees" (Genesis 2:21-23).

Adams slaap moet wel heel diep geweest zijn.
Ze zullen een rib uit je zijde halen bij vol bewustzijn! Nee, dat kon niet. Zijn slaap is geweest als van iemand, die onder narcose is gebracht, als een doodsslaap.

Had God niet tegelijk met Adam ook een vrouw kunnen scheppen?
Zeker wel, maar God heeft het met reden geheel anders gedaan. Zijn vrouw moest ontstaan uit zijn wond en zijn doodsslaap.

Adam heerste over de toenmalige schepping, zoals in de toekomst Jezus Christus zal heersen over alles, in de hemel en op de aarde. Hij heerste echter niet alleen. Hij had zijn vrouw naast zich, die uit zijn zijde was gemaakt.
Zo zal ook Christus niet alleen heersen.
Zijn bruid, de gemeente, die bestaat uit allen die in Hem geloofd hebben, zal met Hem heersen. Die gemeente dankt haar ontstaan aan de wonden, aan het lijden en aan de dood van Christus. De wijze waarop Eva door God gemaakt is, moest een beeld kunnen zijn van het ontstaan van de gemeente van Jezus Christus en daarom heeft God het zo ge-daan.

Wie had dat kunnen verzinnen?
Geen mens, zeker niet een mens zoveel duizend jaar voor Christus!
Het is ook niet verzonnen, het is zo gebeurd en het is opgetekend door de werking van Gods Geest. (Lees hiervoor eens in de brief aan de Efeziers, hoofdst. 5:23-33.)

Heeft iemand minstens zesduizend jaren voor Christus, als er toen iemand was om te schrijven, aan de kruisi-ging van Christus gedacht, of daarvan geweten?
Totaal onmogelijk.

Zelfs de discipelen van Jezus Christus, duizenden jaren later, die het hele Oude Testament ter beschikking had-den, hebben niet begrepen, dat Hij moest lijden en ster-ven, zelfs niet, toen Hij het hun van tevoren vertelde.
Zij wisten ook niet, dat God de bedoeling had om een gemeente uit Joden en heidenen te bouwen.
Zij wisten evenmin, dat die gemeente naar Gods bedoe-ling met Christus zal heersen.

Als zelfs zij daarvan niet wisten en er niets van begre-pen, hoe zou dan iemand duizenden jaren voordien daarover hebben kunnen schrijven, toen er nog geen enkel boek van de Bijbel geschreven was?
Absoluut onmogelijk!.

Dit boek is Gods boek en dat verklaart alles. Wie echter zijn ogen sluit, zal niets zien, ook niet, dat zijn weg re-gelrecht naar de afgrond leidt.

De eerste zonde

Nu komt een hoofdstuk, waar veel mensen wat mee spotten.
Dan hebben ze het over het eten van een verboden appel. Dikwijls is dat alles, wat zij er van weten.
k wil echter het verhaal over die appel laten rusten en iets anders naar voren halen.
Hoewel, die geschiedenis van het eten van een verbo-den vrucht is ook profetisch. Want is het niet, wat ons vanaf onze vroegste jeugd kenmerkt, de neiging om juist dat te doen, wat ons verboden wordt?
Ongelooflijk scherp wordt in hetgeen de eerste mensen deden, een schets gegeven van wat wij, hun nage-slacht, telkens weer doen.

Maar ik wil nu wijzen op wat er op volgde, want dat weet men meestal niet.
Zodra de mensen gezondigd hadden, waardoor de zonde in de wereld en in de mensen gekomen is, heeft God gezocht en geroepen: waar ben je.

Jawel, vanaf de eerste zonde zoekt en roept God zon-daars.
Waarom? 0m ze te veroordelen?
Daarvoor hoefde Hij ze niet te zoeken of te roepen.

Hij had gezegd: op de dag, waarop gij daarvan eet, zult gij de dood sterven. Zij hadden gegeten, wat lette God om ze te doden?

In plaats daarvan heeft God ze gezocht en geroepen.

Adam en zijn vrouw hebben getracht zich met bladeren te bedekken en ze hebben zich verstopt tussen het ge-boomte. Ze wilden liefst voor God wegkruipen, zodat Hij ze niet zag.

Kent u dat? Het kwade doen en dan trachten zich mooi voor te doen, zich te bedekken, opdat de waarheid niet te voorschijn zal komen en dan maar hopen, dat God niet ziet.

Ze waren angstig.
Maar toen de Heere riep, moesten ze te voorschijn ko-men.
Wat ging er nu gebeuren? God had van sterven gespro-ken? Het was dus te verwachten dat de doodstraf zou volgen.
Maar wat gebeurde?

In plaats van de twee schuldigen werden twee onschul-digen geslacht, twee dieren. Die hadden niet gezondigd.
Maar van de huid van die onschuldige dieren maakte de Heere God rokken, waarmee Hij de naaktheid van de twee zondaars bedekte.
Het staat in Genesis 3:21 te lezen: De Heere God maakte voor Adam en zijn vrouw rokken van vellen en trok ze hun aan.

Twee schuldige zondaars werden gespaard, doordat twee onschuldigen in hun plaats stierven. Met de huid van de onschuldige offerdieren werden de schuldigen bedekt.
Bedekken in het Hebreeuws is ook het woord voor ver-zoenen. De Joodse verzoendag, Jom Kippoer, is letter-lijk de bedekdag.

Herkent u dat?
Het is de vroegste voorloper van het offer van Jezus Christus.

Hij stierf in de plaats van schuldige zondaars.
Hij onderging het oordeel over hun zonden, opdat de schuldigen gespaard zouden kunnen worden.
Opdat zij voor God bedekt zouden kunnen worden met het kleed van Zijn gerechtigheid.

Hoor eens hoe Jesaja daarover spreekt: Hij is om onze overtredingen verwond, om onze ongerechtigheden is Hij verbrijzeld; de straf die ons de vrede aanbrengt, was op Hem en door zijn striemen is ons genezing gewor-den (Jesaja 53:5), door zijn kennis zal mijn Knecht, de Rechtvaardige, velen rechtvaardig maken, want Hij zal hun ongerechtigheden dragen (Jesaja 53:11).

Dat is vele eeuwen later vervuld, toen Jezus Christus aan een kruis het oordeel van God heeft ondergaan en onschuldig voor schuldige zondaars gestorven is.

Het derde hoofdstuk van Genesis handelt over gebeur-tenissen die minstens 4000 jaren voor Christus gebeurd zijn.
Jesaja schreef ongeveer 750 jaren voor Christus.
Beiden schreven profetisch, over hetgeen vele eeuwen later zou plaats vinden: het offer van Jezus Christus, de gekruisigde.
Ongelooflijk: Het eerste, dat wordt vermeld, nadat de zonde in de wereld is gekomen, in het allereerste begin van de menselijke geschiedenis, is Gods roepen en zoeken van zondaars.

En dan de dood van twee onschuldige dieren.
Een blauwdruk van het offer, dat God zelf bracht om mensen te kunnen verlossen: zijn eigen Zoon, hangend aan het kruis op Golgotha.
Ik heb het niet over een offer, dat een mens moet brengen om verlost te worden.

Er zijn meerdere zogenaamde religies, die de mens zeggen, welk offer hij moet brengen, of welk werk hij moet verrichten, of welke houding hij moet aannemen om verlost te worden of zalig te worden. Allemaal doe-het-zelf religies.
Iets dergelijks is niet de boodschap van God in de bijbel.

God zegt ons in de Bijbel, dat Hijzelf, de Rechter, in plaats van de schuldige mens het offer heeft gegeven.
Zijn eigen Zoon!

Dat is uniek.
Geen wonder. De enige ware God, die alle dingen geschapen heeft, is uniek.

Zijn werk is uniek, zijn liefde is uniek, en Hij heeft de enige weg tot de zaligheid gegeven: Jezus Christus, zijn Zoon, gestorven en geoordeeld voor onze zonden.
God heeft zelf betaald!

Wie heeft dat verzonnen of bedacht, duizenden jaren voordien?
Dat is niet verzonnen of bedacht. Het wijst op wat God gedaan heeft om zondaars te redden. Daar kan geen mens omheen.

Een boek, dat zo oud is en met dat thema begint, kan geen gewoon menselijk boek zijn. Kunnen mensen de toekomst zo in detail weergeven, niet in een verhaal, maar in een gebeurtenis, duizenden jaren van tevoren?
Totaal onmogelijk!
Dit boek is inderdaad Gods boek, de waarheid.

Maar het is niet alleen waar, het is ook levend, want het werkt, vandaag nog steeds.
Het werkt aan het hart van de mensen door de vraag, die God ook tot ons richt: waar ben je? Het roept ons tevoorschijn in Gods licht, het brengt ons tot erkenning van schuld en laat ons zien, dat God zijn onschuldige Zoon voor ons heeft overgegeven, opdat wij door het geloof in Hem gered zouden worden.
Zeg eens, kunt u daar omheen?

Het eerste offer

In Genesis 4 staat het verhaal van het eerste offer, waarop de eerste moord volgde.
Verkort weergegeven luidt het verhaal als volgt: "Het geschiedde, dat Kaïn van de vrucht des lands aan de Heere een offer bracht. Abel bracht ook van de eerstgeborenen zijner schapen en van hun vet. En de Heere zag Abel en zijn offer aan, maar Kaïn en zijn offer zag Hij niet aan" (4:3-5).

Hoe zijn die twee er eigenlijk toe gekomen om iets aan de Heere te offeren?

Er was geen traditie van het voorgeslacht om dat te doen, want zij waren de eerste twee, die geboren zijn na de schepping van hun ouders, Adam en Eva. Er is ook geen aanwijzing, dat de Heere het geboden of ge-vraagd heeft.
Eigen vinding dus? Of hebben hun ouders hun aanwij-zingen gegeven?

Zij hebben van hun ouders ongetwijfeld gehoord, wat er was gebeurd.
Dat zij gezondigd hadden en daardoor schuldig gewor-den waren.
En dat de Heere hen geroepen heeft en in hun plaats twee anderen heeft gedood en de schuldigen met de huid van die slachtoffers bedekt heeft.

Een offer dus, omdat zij zondaars waren.
Dat heeft Kain waarschijnlijk in zijn oren geknoopt: een offer, als hij God wilde ontmoeten. God was blijkbaar tevreden te stellen met een offer.
Welk offer? Wat zou Hij aan God geven?
Het beste natuurlijk.
God zou zeker niet met minder dan het beste genoegen nemen. Waren dat niet de goede vruchten, waarvoor hij als landbouwer hard gewerkt had?
Er waren minder goede vruchten, nog wel bruikbaar, maar toch wat minder, maar er waren ook enkele heel goede vruchten van planten of bomen, waar hij de meeste zorg aan had besteed. Die zou God uiteraard waarderen, niet alleen omdat ze gaaf en goed waren, maar ook omdat ze het resultaat van zijn grootste inspanningen waren.

Abel kende de geschiedenis van zijn ouders ook.
Hij heeft begrepen, dat zijn ouders nog leefden, doordat een onschuldig dier in hun plaats was geslacht.
Hij besefte, dat ook hij voor Gods oordeel moest vrezen, tenzij een ander zijn plaats innam en voor hem stierf. Hij was immers ook een zondaar.
Daarom slachtte hij enkele lammeren en hij offerde die aan God.

Kain was een landbouwer en hij offerde vruchten, wat anders?
Abel was een herder en hij offerde schapen, wat anders?

Ze offerden beiden wat zij hadden en het lijkt willekeur, dat God het offer van Kain geweigerd en dat van Abel aanvaard heeft.
Men heeft dan ook fantasie moeten gebruiken om een verklaring te vinden, die God van willekeur vrij pleit. Dat leidde tot de veronderstelling dat, Kain wel offerde, maar het niet echt meende, terwijl Abel het wel echt meende.

Dat was inderdaad een veronderstelling, want het staat er niet bij.
Anderen beweerden, dat Abel het in geloof deed en Kain niet. Dat lijkt al wat beter, maar klopt niet helemaal.

Had men nu maar in de Bijbel gezocht, dan was er geen probleem geweest.
In Hebreeën 11:4 staat, dat Abel een beter offer heeft gebracht dan Kain.
Abel was niet beter dan Kain. En of Kaïn het meende of niet meende, kunnen we terzijde laten.

De reden dat God het offer van Abel aanvaardde was, dat zijn offer goed was, terwijl dat van Kaïn niet deugde.
Niet Abel was goed, zijn offer was goed.

Kaïn meende, dat hij God tevreden kon stemmen met de vruchten van zijn noeste arbeid, met zijn werken.
Abel heeft niet aan tevreden stemmen gedacht, maar geloofd, dat hij een zondaar was en geloofd, dat hij het oordeel slechts kon ontgaan, als een ander voor hem stierf.

In deze geschiedenis in het begin van Genesis toont de Heere de twee wegen:
1) de doodlopende weg van hen, die menen met hun werken voor God te kunnen bestaan 2) de weg in het leven van hen, die geloven slechts door de dood van de onschuldige, dat is Jezus Christus, aanvaard te kunnen worden.
Hoe is het mogelijk!
Meer dan vierduizend jaren voor Christus wordt niet in een verhaal, maar door een gebeurtenis geïllustreerd, dat er maar één weg tot God, één weg tot redding is, Jezus Christus, die gezegd heeft: Ik ben de weg, de waarheid en het leven.

Wil iemand beweren, dat een mens of mensen dat gefantaseerd hebben? Wil iemand denken, dat dit toeval is?
Eén keer toeval zou mogelijk kunnen, maar hoofdstuk na hoofdstuk telkens toevallig een verwijzing naar het kruis, naar Christus, naar de verlossing door zijn offer, dat is totaal onmogelijk.

Onontkoombaar getuigt de Bijbel reeds op de eerste bladzijden van zichzelf: Gods boek, Gods Woord, Gods waarheid. Daar kan niemand omheen.

De eerste moord

"Toen ontstak Kaïn en zijn aangezicht verviel (4:3-5)..... En Kaïn sprak met zijn broeder Abel, en het geschiedde als zij in het veld waren, dat Kaïn tegen zijn broeder Abel opstond en hem doodsloeg (4:8) ....en de Heere zei tot Kaïn: waar is Abel, uw broeder? (vers 9)... als gij de aardbodem bouwen zult, zal hij u zijn vermogen niet meer geven; gij zult zwervend en dolend zijn op aarde (4:12)... en de Heere stelde een teken aan Kaïn, opdat hem niet versloeg al wie hem vond" (4:15).

Wie heeft het goede offer gebracht?
Een christen zal zeggen: Jezus Christus.
Wie heeft Hem omgebracht?
Een christen weet, dat Jezus Christus door en om zijn zonden gekruisigd en gestorven is; Daarom kan hij dus zeggen: "ik ben schuldig aan zijn lijden en zijn dood".

Er is echter ook een historische schuld door de daad-werkelijke veroordeling en kruisiging van Christus, en daarop doelde Petrus, toen hij in Handelingen 2:22 en 23 zei: "Israëlitische mannen, Jezus, de Nazarener, ..... hebt gij door de handen der onrechtvaardigen (de Romeinen) aan het kruis gehecht en gedood".
In welk opzicht was Jezus Christus dan schuldig?
Hij was onschuldig.
Hij werd uit afgunst omgebracht.
Kain werd afgunstig, toen hij zag, dat God het offer van Abel aanvaardde en dat van hem niet. Hij heeft daarom zijn broer, die het goede offer bracht, vermoord.
Israël heeft uit afgunst de Broeder (Jezus Christus), die zichzelf als offer gegeven heeft, gedood. Kain werd door God verdreven, werd een zwerver.
Hij vreesde, dat hij op een dag zelf gedood zou worden door de een of de ander. Maar God stelde aan hem een teken, opdat niemand hem zou ombrengen.

De Joden zijn door de Heere verstrooid over de landen.
Maar wie hen aanraakt, krijgt met God te doen, want Hij waakt over hen, zoals Hij over Kain waakte.
God bewaart hen, zoals wij allen heden kunnen consta-teren. Hij zal tenslotte zijn beloften aan hen vervullen en Jezus Christus zal vanuit Jeruzalem heersen over de gehele schepping.

Opnieuw moet ik zeggen: Hoe bestaat het!
Wie kon dat bedenken of welk mens kon zo de geschie-denis sturen?
Wie kon in die oude geschiedenis een beeld verwerken, van wat later komen zou, zeker 4000 jaren later.
Wie heeft het boek gecomponeerd, waarin de eerste geschiedenissen van de mensheid zo naar Jezus Christus, zijn werk en de gevolgen daarvan verwijzen?
Dat is de Heilige Geest geweest.
Waar is nu de geleerde, die meent het Woord Gods te kunnen aanvallen, die zich verbeeldt met zijn weten-schap boven dat Woord te staan? Hij schrompelt tot een nietsweter ineen tegenover dit machtige oude boek, dat in het begin het einde verkondigt, Gods boek, Gods waarheid. Daar kan niemand omheen.

Het eerste oordeel

Dan komt het verhaal van de zondvloed in Genesis 6 tot 9. Dat verhaal gelooft u misschien niet. Wel merkwaardig, dat onder talloze stammen in Azië, Afrika en Amerika een of andere vorm van dat verhaal bewaard gebleven is, een machtig getuigenis voor de waarachtigheid van het Bijbelse verhaal.

Maar wat is de kern?
De kern is, dat God de wereld door het oordeel van de grote vloed gereinigd heeft en Noach en zijn familie (met de dieren) in een schip heeft bewaard, waarna zij de gereinigde aarde weer bevolkt hebben.

Oordeel dus.
De mensen hebben het niet geloofd, hoewel Noach heeft gewaarschuwd, meer dan honderd jaar lang. En zij zondigden steeds meer en maakten het steeds erger en zij dachten, dat God het niet zag, of er niet op zou reageren, of dat hun gedrag geheel normaal was.

Er is niets nieuws onder de zon. Dat oude verhaal lijkt wel een verslag van onze tijd.
De mensen menen eigen baas te zijn. Ze zijn mondig en autonoom, ze zullen zelf bepalen wat goed of niet goed is.
Weg met alle beperkingen en remmen, vrijheid willen ze. Weg met alles wat aan God en Christendom herin-nert.

En het lijkt, dat God niet hoort en ziet, of onverschillig is. Dus maken ze het steeds erger. Totdat.... Ja, totdat het oordeel komt, zoals de zondvloed kwam.
Er was echter redding mogelijk.
God had Noach een ark laten maken.
Dat grote schip ging door de vloed en de stormen heen en golf na golf sloeg er tegen aan. Maar binnen waren allen veilig.

Hoe bestaat het!
Weer zo'n gebeurtenis, die een blauwdruk is, van wat duizenden jaren later komen zou. Het oordeel komt, dat is ook nu de boodschap, Maar er is redding in Jezus Christus. Wie in Hem gelooft, is veilig.

Hij, ja Hij ging in het oordeel, hing aan het kruis, stierf onze dood. Alle baren en golven van Gods toorn gingen over Hem heen (Psalm 42:8).
Maar wie in Hem gelooft, is veilig, komt niet in het oordeel, maar is uit de dood overgegaan in het leven (Johannes 5:24).

En waar gaat het uiteindelijk naar toe? Naar een door het oordeel gereinigde aarde, waar Jezus Christus in gerechtigheid heersen zal.

Christus heeft zelf, sprekend over zijn toekomstige verschijning en het oordeel over de goddelozen, naar de zondvloed verwezen: "Want zoals het was in de dagen van Noach, zo zal de komst van de Zoon des mensen zijn. Want zoals zij in die dagen voor de zond-vloed waren, etende en drinkende, huwende en ten huwelijk gevende, tot op de dag, waarop Noach in de ark ging, en zij niets bemerkten, eer de zondvloed kwam en hen allen wegnam, zo zal ook de komst van de Zoon des mensen zijn". (Mattheüs 24:37-39).

Maar nog iets: De ark, dat schip, moest van Goferhout gebouwd worden. Hij moest met pek (Kopher) bedekt worden; bedekken is in het Hebreeuws Kafar. In die taal zijn de drie woorden, Gofer, Kopher en Kafar, gelijk: GFR of KFR, aangezien die taal slechts medeklinkers schrijft. Kafar, bedekken, is evenwel ook het woord voor verzoenen of verzoening.
Daardoor getuigt de ark van Noach driemaal van de grond, waarop men binnen veilig was, zoals er driemaal en nog veel vaker getuigd kan worden, waardoor men in Christus veilig is, dat is door KFR, oftewel door Verzoening.

Eeuwen later stond er in het heiligdom bij Israël ook een ark. Het was een met goud beklede kist, waarop een gouden deksel lag.
Op dat deksel werd op de grote verzoendag (jom kippoer) het bloed gesprenkeld. Dat deksel heette de kafforeth. Ook dat sprak van KFR, dat is verzoening

Zoveel overeenkomst, zoveel profetie, zoveel getuigenis van wat eeuwen later komen zou en door het offer van Jezus Christus vervuld werd, kan onmogelijk toeval zijn, kan ook onmogelijk door een mens gecomponeerd en tot stand gebracht zijn. De Bijbel is Gods boek.

Het vraagt wel de bereidheid om te luisteren, om zorg-vuldig na te gaan en te overwegen. Wie zich met een ophalen van zijn schouders afwendt, zal de waar-achtigheid en goddelijke oorsprong van het boek pas gaan zien na zijn dood, als het te laat is.

De eerste aartsvader.

De hoofdstukken 22-24 in Genesis vormen een merkwaardige serie:
Hoofdstuk 22: Het geschiedde na deze dingen, dat God Abraham verzocht en Hij zei tot hem: Abraham! En hij zei: zie, hier ben ik. En Hij zei: Neem nu uw zoon, uw enige, die gij liefhebt, Izaak, en ga heen naar het land Moria, en offer hem daar tot een brandoffer op een van de bergen die Ik u zeggen zal.

Hoofdstuk 23: En het leven van Sara was honderd en zevenentwintig jaar... en Sara stierf te Kirjath-Arba, dat is Hebron.

Hoofdstuk 24: Abraham sprak tot zijn knecht.....dat gij naar mijn land en naar mijn familie trekken en voor mijn zoon Izaak een vrouw nemen zult (vers 4)......En Izaak bracht haar in de tent zijner moeder Sara; en hij nam Rebekka en zij werd hem tot vrouw en hij had haar lief. Zo werd Izaak getroost na de dood van zijn moeder (vers 67).

Hoofdstuk 25: En Abraham voer voort en hij nam een vrouw, wier naam was Ketura.
Korter weergegeven:
Hst. 22: Het offer van de geliefde zoon en zijn terug-keer.
Hst. 23: De dood van haar uit wie die zoon geboren was, Sara.
Hst. 24: Een bruid voor de zoon die geofferd was, maar leefde.
Hst. 25: Toch weer een vrouw voor Abraham in Sara's plaats.
Dat is de volgorde en de inhoud van die vier hoofd-stukken in Genesis, die weer voluit profetisch zijn en spreken van hetgeen in de toekomst zou plaats vinden

De vervulling van de profetische boodschap in die hoofdstukken is het volgende:

1 De geliefde zoon die geofferd is, is Jezus Christus. Aangrijpend om in Genesis 22 tweemaal te lezen: zo gingen die beiden (Abraham en zijn zoon) tezamen, de berg op, waar de zoon geofferd zou worden.
Wat moet er in het hart van die vader zijn omgegaan....

In gedachten zie ik dan de heuvel Golgotha, waar God de Vader zijn geliefde Zoon, Jezus Christus, voor onze zonden gegeven heeft. Zij beiden gingen samen en de Vader heeft gezien, dat zij de spijkers door zijn handen en voeten hamerden.
En dat was voor mij, de schuldige. Hij de Onschuldige, voor de schuldige, opdat ik gered kon worden.

Maar Abraham en zijn zoon zijn teruggekomen. Ja, dat moest, want Christus is niet in het graf gebleven. Hij is opgestaan en is veertig dagen lang aan zijn discipelen verschenen.

2 Het volk waaruit de Christus geboren is, het volk Israël, zijn moeder wat het lichaam aangaat, is als het ware gestorven, nadat zij Hem verworpen en gekruisigd hebben. Neen, zij zijn niet uitgeroeid en worden ook niet uitgeroeid, maar al eeuwenlang is hun band met God verbroken en hebben zij geen priester en heiligdom meer, zoals de band tussen Sara en Abraham door de dood verbroken werd.
De dood van Sara was ook voor de zoon een verdriet. Zo is het voor Jezus Christus een verdriet, dat zijn volk Hem niet aanvaardde. Het evangelie vermeldt, dat Hij daarover geweend heeft.

3 Na de tijdelijke terzijdestelling van Israël is de knecht, de Heilige Geest, door de Vader gezonden om een bruid voor de Zoon te halen, de gemeente of de kerk. Zij is nu aan Jezus Christus verbonden als een bruid aan haar bruidegom en Hij heeft haar lief: Gij mannen, hebt uw eigen vrouwen lief, zoals ook Christus de gemeente heeft liefgehad en zichzelf voor haar heeft overgegeven…… (Efeze 5:25).

De knecht van Abraham had de schatten van zijn heer bij zich en gaf met milde hand (Genesis 24:53). Dat is wat de Heere Jezus in Johannes 16:14 over de Heilige Geest heeft gezegd: Die zal mij verheerlijken, want Hij zal het uit het mijne nemen en zal het u verkondigen.

De Heilige Geest is de knecht die naar het verre land, de aarde, gezonden is om daar de bruid over de geofferde, maar levende Zoon te vertellen, opdat zij er naar zal verlangen Hem te ontmoeten.

De geschiedenis van de knecht, die een bruid moest halen, speelde zich af in de tijd dat Sara dood was, een beeld van de huidige tijd, waarin Israël voor God geestelijk dood is.

4 Maar dan, in hoofdsluk 25, wordt er over Ketura gesproken, die als het ware een nieuwe Sara is, opnieuw een vrouw voor Abraham.
Ja, want de Heere heeft over herstel voor Israël gesproken.
Er komt een tijd, dat ook zij zich zullen bekeren en dan zal geheel Israël zalig worden. De band die nu verbro-ken is, zal hersteld worden en de Heere zal alle beloften voor Israël heerlijk vervullen.

De profeet Hosea schreef daarover (en veel andere profeten): "Ik zal u mij ondertrouwen in eeuwigheid. ja ik zal u mij ondertrouwen in gerechtigheid en in gericht en in goedertierenheid en in barmhartigheden, ik zal u mij ondertrouwen in geloof en gij zult de Heere kennen" (Hosea 2:18 en 19).

We hebben dus:
1 Het offer van de Zoon en zijn opstanding uit de doden, (Izaak),
2 de terzijdestelling van Israël (Sara),
3 de roeping van de gemeente, de bruid van Christus, (Rebekka),
4 het toekomstig herstel van Israël (Ketura).

Is de volgorde van die onderwerpen in Genesis toeval, een volgorde, die precies overeenstemt met de volg-orde van de kruisiging van Christus, de verwerping van Israël, de bouw van de gemeente en het toekomstig herstel van Israël?
Of heeft een mens dat bedacht?
Gelooft u dat?
De waarheid bewijst zichzelf. De Bijbel, Gods Woord, is de waarheid en de waarachtigheid van Gods Woord dringt zich overtuigend op aan ieder, die bereid is te onderzoeken of dat boek waar is. Wie daar niet voor voelt, zal het eenmaal ondervinden.

De eerste koning van Israëls geslacht

Met de eerste koning uit het geslacht van Jakob sluit het boek Genesis af.
Die eerste koning was Jozef.
Zoals wij reeds beschreven hebben, toen wij het einde van het eerste boek vergeleken met het einde van de Bijbel, was hij de meest geliefde zoon van vader Jakob en had de Heere hem volgens zijn dromen tot het koningschap bestemd.
Zijn broers echter haatten en benijdden hem daarom.

Toen hij hen namens zijn vader opzocht, verwierpen zij hem. Zij gooiden hem in een kuil, en verkochten hem daarna op voorstel van Juda voor twintig zilverstukken als slaaf. Tenslotte belandde hij in Egypte op valse beschuldiging in de gevangenis.

Hij werd echter door Farao uit de gevangenis gehaald en verhoogd tot heerser over heel Egypte. En toen zijn broers in Egypte kwamen om koren te kopen, bogen zij voor hem, zoals God door de droom had voorzegd.

Herkennen we deze profetische geschiedenis?
Het is de blauwdruk van de geschiedenis van Jezus Christus, de geliefde Zoon van de Vader in de hemel, die door zijn Vader naar zijn broeders, Israël, gezonden werd. Hij is de door God gezalfde Koning.
Maar zijn broeders, de Joden, haatten Hem.
Hij werd door Judas verkocht voor dertig zilverstukken, de prijs van een slaaf.
Hij werd op valse beschuldiging veroordeeld en gekrui-sigd en tenslotte in een wel gesloten graf gelegd.

Maar zoals Jozef uit de gevangenis gehaald en ver-hoogd werd, en in de hongersnood de redder van de toenmalige wereld was, is Jezus Christus niet in het graf gebleven.
Hij is op de derde dag opgewekt en aan Gods rechter-hand verhoogd. Hij is de Redder der wereld, die bereid is allen te verlossen, die bij Hem verlossing zoeken

De broers van Jozef kwamen in de tijd van honger bij hem en bogen voor hem, de heerser in Egypte.
Te zijner tijd zullen de broeders van Christus, dat is Israël, voor Hem, de Heer der heren, buigen en Hem als hun Messias en Verlosser erkennen.

En zoals het einde van het boek Genesis de heer-schappij van de geliefde, maar verworpen zoon Jozef is, zal het sluitstuk van Gods wegen met deze wereld de heerschappij van zijn geliefde, eertijds verworpen Zoon, Jezus Christus zijn.

Dat is geen toeval.
God heeft voorzegd, wat Hij doen zal. Hij bewijst daar-mee de waarachtigheid van zijn boek, de Bijbel.

Waarom?
Opdat de mensen zullen geloven, wat Hij zegt, zullen geloven in zijn Zoon, Jezus Christus, en gered zullen worden voor het te laat is.
God, onze Heiland wil, dat alle mensen behouden wor-den, en tot kennis der waarheid komen. Want er is één God, en één Middelaar tussen God en mensen, de Mens Christus Jezus, die zichzelf gegeven heeft tot een losprijs voor allen.

Jozef heeft lang moeten wachten, totdat de broers zich voor hem bogen en hij hun kon weldoen. Misschien heeft Jezus Christus op u nog steeds moeten wachten. Maar laat Hem niet wachten, tot het voor u te laat is.

De Bijbel is waar. God spreekt nooit anders dan de waarheid.

Meningen van mensen en ogenschijnlijk vaststaande theorieën over het ontstaan van alle dingen, inclusief het leven, kunnen we rustig terzijde leggen. Vroeg of laat leggen de wetenschappers ze ook terzijde als achterhaald, niet meer in overeenstemming met de waarnemingen.

Wie is zo dwaas alle dwaalwegen na te gaan, als hij de goede weg gevonden heeft? Ga de goede weg, de weg tot God door het offer, Jezus Christus, de weg, waarop u vergeving van zonden, vrede voor uw hart, en eeuwig leven ontvangt.

Geef God gehoor, die sinds de zonde in de wereld kwam, nog steeds roept: Waar zijt gij?, niet om te oor-delen, maar om te redden. Want de Vader heeft de Zoon gezonden als Heiland der wereld. 1 Johannes 4:14.

J.Ph.Buddingh

top