|
Site tot bemoediging, lering en bevestiging in de waarheid, die in Christus Jezus is.
|
|
| |
Evangelicals modern door ultra-Arminianisme?
In het RD van 31 Augustus jl. stond een ingekorte versie van een publicatie waarin Prof. Dr. A. van den Beek aan het woord is. Dat artikel geeft mij aanleiding enkele opmerkingen te plaatsen:
1 Terecht stelde de schrijver, dat de kerk niet perfect is en de enkele gelovige evenmin. Dat betreft de praktische openbaring van de gemeente en van de gelovige zo lang zij nog in de wereld zijn.
Maar dat is slechts de helft van de waarheid. In Christus is de gemeente heilig (1 Korinthe 3:17) en is zij een geestelijk huis, een heilig priesterdom (1 Petrus 2:5). En de gelovige was duisternis, maar is nu licht in de Heer. (Efeze 5:8). Zij waren dieven, rovers, dronkaards en lasteraars, maar zijn afgewassen, geheiligd, gerechtvaardigd in de naam van de Heer Jezus en door de Geest van God (1 Korinthe 6:11).
Hier is het verschil tussen positie en toestand aan de orde. Een prins van den bloede kan in een moddersloot duikelen en er kwalijk riekend uitkomen. Zijn toestand is dan niet prinselijk, maar een prins is hij wel.
Ik denk niet dat de dopersen eertijds een praktisch perfecte gemeente zochten of beweerden te vormen, noch dat zij beweerden volmaakt te zijn in hun praktisch leven. Mogelijk hebben zij wel gesteld, dat de gemeente (kerk) bestaat uit gelovigen, gerechtvaardigden door het geloof, en dat ongelovigen niet bij de gemeente behoren. Hoe de dopersen verder dachten, kunnen we laten rusten. Maar vast staat, dat men bij de gemeente wordt gevoegd door bekering en wedergeboorte. Die gemeente bestaat inderdaad uit wedergeborenen. Daarmee is niet gezegd, dat zij nooit struikelen of fouten maken.
In de doop belijdt men met Christus gestorven te zijn, waarom de gelovige zich ook in de doop laat begraven. (Romeinen 6) Dat brengt ons tot een tweede punt:
2 Er is gesteld: “Men mag rustig nat worden van de doop en er mag rustig gezegd worden, dat we uit onszelf in de dood liggen en dat het leven met Christus niet anders is dan een gestadig sterven. Het is sterven met Christus en ondergaan in het water, opdat ons leven geborgen zal zijn in Hem…”
Ik proef een wat betere visie op de doop dan meestal blijkt. Maar het sterven met Christus, of liever het met Christus gestorven zijn is een feit voor ieder die gelooft. Paulus zei “Ik ben met Christus gekruisigd en ik leef niet meer, maar Christus leeft in mij” (Galaten 2:20). In Kolosse 3:1-3 staat: ”Indien gij dan met Christus opgewekt zijt, zo zoekt de dingen die boven zijn, waar Christus is, zittende aan de rechterhand Gods; bedenkt de dingen die boven zijn, niet die op de aarde zijn; want gij zijt gestorven en uw leven is met Christus verborgen in God”.
Er volgt wel in hetzelfde hoofdstuk “Doodt dan uw leden die op de aarde zijn: hoererij, onreinheid, wellust enzovoort”. Dat is echter een andere uitspraak dan dat de gelovige elke week moet leren te sterven aan zichzelf en te leven uit zijn liefde. In Romeinen 6:11 staat niet, dat we moeten sterven, maar dat de Christen zich dood moet houden voor de zonde, daar onze oude mens met Christus gekruisigd is (vers 6).
3 De schrijver stelde, dat de evangelische Christenen (hij noemt ze evangelicals, een vreemd woord in onze taal.) in hoge mate modern zijn met hun nadruk op persoonlijk geloof, hun vrijheid van structuren, hun activisme, kortom hun ultra-arminianisme. Hij meent dat ze het goed zullen doen, zolang ze gedragen worden door de golf van de cultuur.
Wat hij met activisme bedoelt, is mij niet duidelijk. Is dat soms hun drang om te evangeliseren? Dat is ver van modern. Dat deden de eerste Christenen nog ijveriger.
De nadruk op persoonlijk geloof is evenmin modern. Die nadruk vinden we eveneens in de Heilige Schrift. De Heer heeft dat gedaan in zijn gesprek met Nicodemus, Petrus heeft het benadrukt in het huis van Cornelius (Handelingen 10:43), in Hebreeën 10:39 wordt gezegd dat de Christenen geloven tot behoudenis van de ziel en Johannes schreef in zijn eerste brief “Deze dingen heb ik u geschreven opdat gij weet, dat gij het eeuwige leven hebt, gij die in de naam van de Zoon van God gelooft” (5:13). Johannes de doper heeft gezegd “Wie in de Zoon gelooft, heeft het eeuwige leven, maar wie de Zoon ongehoorzaam is, zal het leven niet zien, maar de toorn Gods blijft op hem” (Johannes 3:36). Het is trouwens heel vreemd, dat het nodig is daar op te wijzen. Iedere Christen weet het.
Wat de vrijheid van structuren betreft, het aanstellen van kardinalen en priesters is zeker een vrijheid die de mensen zichzelf hebben aangemeten. De Schrift geeft die vrijheid in Gods gemeente niet. En het aanstellen van predikanten van gemeenten is eveneens een vrijheid die God in zijn Woord niet geeft. 1 Korinthe 14 spreekt heel anders. Bovendien is het niet bijbels een kerk te vormen, waarvan gelovigen door instemming met of door aanmelding of welke daad dan ook al of niet lid kunnen worden. Lidmaatschap van een kerk, anders dan van het lichaam van Christus, vinden we niet in de Schrift. Hier lijkt de bal dus terug te komen bij de eerste kaatser.
Het is overigens onjuist allen die niet bij een kerkelijke denominatie zijn aangesloten op een hoop te gooien, even onjuist als het zou zijn alle kerkelijke protestanten op een hoop te vegen.
Wat het met ultra-arminianisme te maken heeft, blijft een raadsel.
Heeft Arminius er op aangedrongen, dat een mens persoonlijk in Jezus Christus moet geloven tot zaligheid? Dan zou ik mij voor hem niet schamen en aan zijn zijde gaan staan. Het is namelijk de bijbelse waarheid.
4 De schrijver pleit –met andere woorden- voor het blijven bij de Schrift, de belijdenis, het ambt en het sacrament.
Het eerste is juist, zeer juist. Het tweede is niet juist. Als de belijdenis spreekt in overeenstemming met de Schrift, hebben we die belijdenis niet nodig en veroorzaakt zij een verwaarlozen van de Schrift, een funeste zaak. Als zij tegen de Schrift ingaat –wat meer dan eens het geval is- werkt zij schadelijk. In beide gevallen is het raadzaam dat de Christen de Bijbel laat spreken.
De Joden hadden hun overleveringen.
Rome had en heeft de kerkelijke leer, de uitspraken van de paus en van de concilies.
Beide hadden ten gevolge dat de Schrift min of meer in een hoek werd geschoven en haar gezag werd ondermijnd. Dat zal altijd het geval zijn, waar een menselijk stuk als gezaghebbend wordt voorgesteld.
Over sacramenten spreekt Gods Woord niet. Het spreekt over doop en avondmaal. Is dat niet beter?
Iedere week avondmaal is zeker in overeenstemming met de woorden “zo dikwijls gij dit doet…” En het bewaart de Christen voor het vergeten van de Verlosser en de verlossing.
J.Ph.Budding
|
|
 |
|